Vertaling artikel van Susan P. Gantt, PhD, ABPP, Nov. 2005, in ‘The Group Psychologist’ a Newsletter of Div. 49 of the American Pschological Association. Vol. 15, No.5, p.15

Vertaling artikel van Susan P. Gantt, PhD, ABPP, Nov. 2005, in ‘The Group Psychologist’ a Newsletter of Div. 49 of the American Pschological Association. Vol. 15, No.5, p.15

 

Sinds Senge’s (1990) bekende werk ‘De vijfde discipline’ wordt het belang van systeem-denken binnen organisaties onderkend. Desondanks zijn er maar weinig methoden ontwikkeld die systeem-denken vertalen naar de praktijk in organisaties. Yvonne Agazarian (1997) heeft een theorie ontwikkeld, gebaseerd op de theorie van levende menselijke systemen. Op basis daarvan ontwikkelde ze methoden die systeem-denken praktisch maken. Dit artikel beschrijft het opnemen van je functionele rol, een van de Systems Centered (SCT) methoden, die bruikbaar blijken om een systeem-oriëntatie te vertalen naar teams.

 

Ik begin dit artikel met een voorbeeld van een teamvergadering, waarvan het doel is een vijfjarig strategisch plan te ontwikkelen. Al eerder heb ik in deze groep het idee ‘rol’ geïntroduceerd. Verder kennen de teamleden het verschil tussen – zoals SCT het noemt – iemands persoonlijke antwoord en iemands antwoord vanuit een deelnemersrol. In de deelnemersrol is de uitdaging te verschuiven van een persoonlijk perspectief naar een systeem-perspectief door een persoonlijk antwoord in te brengen op een manier dat dit het doel van de werkcontext ondersteunt.

 

In bovengenoemde vergadering werkte de groep zo’n 45 minuten aan het strategisch plan toen een groepslid inbracht dat ze zich verveelde. Gebaseerd op de training die de groep had gehad, vroeg ze ‘verveelt iemand anders zich ook?’ ‘Iemand anders’ vragen implementeert de methode van Functioneel subgroepen’ (Agazarian, 1997). Functioneel subgroepen, een conflicthanteringsmethode, organiseert de groepscommunicatie zo dat degenen met een vergelijkbare ervaring samen praten, opdat boven tafel komt welke informatie zij hebben voor de taak van het team. Daarna, als de eerste groep klaar is met het onderzoeken van de ene kant, onderzoekt een nieuwe subgroep de andere kant. Door Functioneel te subgroepen, onderzoekt een team de verschillen in gescheiden subgroepen. De subgroepen blijven werken tot de verschillen kunnen worden geïntegreerd in het hele team.

 

In het genoemde voorbeeld, sluiten twee andere teamleden aan bij het teamlid dat zich verveelt. Zij geven aan zich ook te vervelen. De drie teamleden (de zich vervelende subgroep) praten over hun ervaring en ontdekken dat ze passie en opgetogenheid te missen. Zij willen een strategisch plan waaraan ze hun hart kunnen verbinden en zover was het nog niet! Terwijl ze praten, beginnen ze hun verantwoordelijkheid te zien om het plan te beïnvloeden en de noodzaak hun bijdrage daaraan actief te leveren. In feite komen ze erachter dat de rol van hun subgroep in het werk van het hele team, is hun energie en passie in te brengen, opdat deze kunnen worden meegenomen in het strategische plan. Het teamlid dat de discussie over de verveling startte, verschuift nu, net als de twee anderen, van een persoonlijke ervaring (die ze gewoonlijk hanteert door zich terug te trekken of mentaal ‘uit te checken’) naar het opnemen van hun deelnemers-rol ten gunste van het werk van het team. Niet verrassend, is het team blij met het werk dat de subgroep doet.

Het opnemen van je functionele rol, werkt vanuit het idee dat ieder van ons een aantal rollen heeft ontwikkeld in zijn leven. Een aantal daarvan is functioneel, een aantal niet. In SCT, bepalen we of een rol functioneel is afhankelijk van hoe de rol zich verhoudt tot het doel van de context. Om precies te zijn, sommige rollen zijn functioneel in de ene context en niet in de andere. Bijvoorbeeld, het gedrag dat hoort bij een advies-rol is niet erg zinvol als de persoon de rol heeft van teamlid. Tenslotte, andere rollen, onze gewoonterollen zijn zelden functioneel, omdat ze zijn ontwikkeld eerder in ons leven. Daardoor hebben ze meer met het verleden dan met de huidige context te maken. Je functionele rol opnemen, begint met het opnemen van je deelnemersrol.

SCT introduceert het idee dat iemands deelnemersrol het vehikel is om je persoonlijke informatie in een systeem in te brengen op een manier die het doel van de systeem context ondersteunt. Je rol veranderen als context en doel veranderen, is de kern van je functionele rol opnemen. Op die manier verbindt het SCT-model, via het opnemen van je functionele rol, het concept ‘rol’ aan het doel van de context. Groepsleden leren zichzelf te zien als deel van een grotere context. Door dit ruimere perspectief, krijgen groepsleden meer afstand van de menselijke neiging persoonlijke reacties uitsluitend persoonlijk te nemen. Daarnaast geeft het ons gelegenheid om te gaan met vertrouwde persoonlijke reacties als terugtrekking en verveling.

 

Nog iets over de theorie: het SCT-model om je functionele rol op te nemen, komt uit de operationele definitie van de theorie van levende menselijke systemen (TLMS). TLMS ‘ definieert een hiërarchie van gelijkvormige systemen die energie-organiserend, zelf-corrigerend en doelgericht zijn (Agazarian, 1997). Het concept van de hiërarchie is het meest relevant in het kader van dit artikel. SCT definieert hiërarchie namelijk als een serie van systemen die altijd bestaan in de context van een groter systeem erboven, dat op zijn beurt de context is voor het kleinere systeem eronder. In dit artikel is rol een systeem dat bestaat binnen de context van de taakgroep (subgroepen spelen een ‘rol’ voor het teamsysteem) en de rol is de onmiddellijke context voor de persoon (Gantt&Agazarian 2005). Wanneer de rollen in lijn zijn met het doel van de context, is het relatief eenvoudig de gedragingen te benoemen die nodig zijn om het doel te bereiken. (SCT bouwt op Howard en Scott’s (1965) en Lewin’s (1951) idee van van pad naar doel). Wanneer iemand het gedrag benoemt dat een rol vraagt, is het een stuk eenvoudiger zijn persoonlijke bronnen daarmee op één lijn te brengen. Als iemand ook zijn waarden kan verbinden aan de rol, is het veel gemakkelijker zijn hart in de rol te leggen. Op die manier verbindt de rol mensen aan het doel van de context. En de oriëntatie op rol, doel en context maakt het aannemelijker dat we allemaal de beweging kunnen maken van een zelf-georiënteerde gerichtheid naar een systeem-georiënteerde gerichtheid. Dit is de kern van je functionele rol opnemen.